3 succesfactoren voor duurzame ontwikkeling in 2019

Stel je werkt bij een samenwerkingsorganisatie voor boeren in Nepal. De boeren schrikken van de gevolgen van klimaatverandering: modderstromen verwoesten dorpjes, de moessonregens vallen steeds heviger uit de hemel en de gletsjers smelten in rap tempo. De boeren zijn bezorgd en nemen zelf maatregelen om zich aan het nieuwe klimaat aan te passen, maar dit is niet voldoende. Hoe zorg je ervoor dat je in gesprek raakt met de overheid en de urgentie van klimaatverandering onder de aandacht brengt? Hoe bereik je belanghebbenden en hoe vergroot je kennisdeling onder boeren? En zijn er fondsen die hierin kunnen ondersteunen?

Enter Both ENDS. Both ENDS kent routes naar een plek aan tafel met de overheid en adviseert hoe je dit proces het beste aanpakt. Ook koppelt Both ENDS je aan een vergelijkbare organisatie (in bijvoorbeeld Bolivia) om ideeën en kennis uit te wisselen. Deze peer-to-peer uitwisseling geeft je inzicht hoe de boerenorganisatie in Bolivia stapje voor stapje klimaatadaptatie aan de kaak heeft gesteld, waardoor je de moed erin houdt. In de loop der jaren oefen je via het netwerk van Both ENDS invloed uit op de grote spelers (bijvoorbeeld de Wereldbank en het Groene Klimaatfonds), zodat er in de meest kwetsbare gebieden van Nepal meer geld beschikbaar komt voor klimaatadaptatie.

Verbindingen leggen
Bovenstaand voorbeeld illustreert de werkwijze van Both ENDS, een Nederlandse NGO die sinds de jaren ’80 actief is op de thema’s milieu, klimaat en armoedebestrijding. Both ENDS is een netwerk- en kennismakelaar: ze verbindt maatschappelijke organisaties en helpt met toegang tot informatie, fondsen, overheidsinstanties en overkoepelende organisaties.

Ik interviewde Annelieke Douma, die onder andere de thema’s klimaatadaptatie en waterbeheer in haar portfolio heeft, en kwam er achter wat maakt dat Both ENDS effectief en onmisbaar is in haar werk.

Succesfactoren Both ENDS
Succesfactor 1: Ondersteuning op organisatieniveau
Both ENDS’ core business is het versterken van en samenwerken met voornamelijk maatschappelijke organisaties op het zuidelijk halfrond die zich inzetten voor duurzaamheid, sociale gelijkheid en het naleven van mensenrechten. Hiermee onderscheidt de aanpak van Both ENDS zich van NGO’s die een programma-of projectgerichte aanpak hebben.  Doordat Both ENDS zich langdurig verbindt aan organisaties en hun institutionele capaciteit versterkt, voorkom je een ‘jojo-effect’: veel resultaat tijdens een lopend project, maar na afronding stort het weer in elkaar.

Succesfactor 2: Lokale context als uitgangspunt
Both ENDS werkt hoofdzakelijk samen met organisaties die de belangen van mens en milieu behartigen. Deze organisaties kennen de lokale opgaven, weten waar de kansen liggen en staan in direct contact met de mensen ‘on the ground’. “Uitdagingen rondom waterbeheer en klimaatadaptatie zijn context-specifiek en vragen om context-specifieke oplossingen”, aldus Douma. “Er is geen ‘one-size-fits-all’-oplossing en dat is waarom het zo belangrijk is om samen te werken met het maatschappelijk middenveld dat de lokale omstandigheden, kennis en behoeften goed kent.”

Het probleem is dat grote water- en klimaatprojecten veelal voorbij gaan aan lokale kennis en initiatieven en onvoldoende rekening houden met bestaande machtsverhoudingen of specifieke gevolgen voor bepaalde bevolkingsgroepen. Neem het voorbeeld van klimaatfinanciering. Douma: “Geld dat het nieuwe Green Climate Fund beschikbaar stelt, wordt in grote porties verdeeld. Een relatief kleine milieu- of vrouwenorganisatie in bijvoorbeeld Indonesië die belangrijk werk verricht op het gebied van klimaatadaptatie kan daar dan geen aanspraak op doen, want zij beschikken niet over de capaciteit om aan al het papierwerk te voldoen. Het geld komt dus terecht bij overheden of grote internationale organisaties. Dit is volgens ons niet de manier om duurzame effecten te behalen, want het geld komt veel te weinig terecht waar het echt nodig is en werkt soms zelf averechts. Douma: “Middelgrote organisaties  hebben allerlei mogelijkheden om de toegang tot klimaatgeld te vergroten, en wij maken ons hier hard voor door beleid te beïnvloeden en door groepen te ondersteunen hun stem te laten horen.”

Nepalese schoolkinderen

Succesfactor 3: Integrale aanpak
Het is een open deur, maar daardoor niet minder waar: het belang van een integrale aanpak. Probleem is dat er soms in projecten door externe factoren zoveel druk ligt om zichtbare en snelle resultaten te behalen, dat er geen tijd, geld of aandacht is om ‘the bigger picture’ te bestuderen. Een goedbedoeld project kan dan desastreuze gevolgen hebben.

Een voorbeeld: In het kader van een klimaatproject dat ontbossing tegen wil gaan, wordt een bos afgesloten om de bomen te beschermen. Omwonenden, die afhankelijk waren van dit bos, zijn niet betrokken noch gecompenseerd. Noodgedwongen moeten zij verkassen naar nabijgelegen gebied, waar de omvang van het bos vervolgens snel afneemt. Daarnaast ontstaan er conflicten tussen de eerdere en nieuwe bewoners.

Hoe zorg je ervoor dat er voldoende aandacht is voor het grotere geheel? Both ENDS heeft zelf veel kennis in huis, zowel van fysische onderwerpen (zoals milieu, water, en landgebruik) als van sociale aspecten (zoals mensenrechten, landrechten, of de positie van vrouwen). Hierdoor zijn de risico’s van interventies beter te overzien en is het makkelijker om deze al bij de start van het project onder de aandacht te brengen.

Maar bovenal – en dan zijn we weer terug bij succesfactor 1 en 2 – is er veel tijd en kennis te winnen door de verbinding aan te gaan met organisaties die al een heel goed beeld hebben van de complexiteit aan aspecten en relaties binnen een bepaalde context. Zo kunnen we de positieve en negatieve gevolgen van onze acties sneller en beter overzien.

Dat laatste klinkt goed en is ook een mooi voornemen voor 2019: laten we af en toe even stilstaan en nadenken over wat de gevolgen zijn van onze acties. Om vervolgens met vertrouwen de goede richting in te slaan, op naar een betere wereld.

Klimaatadaptatie – het woord van 2019?

Het planten van bomen is goed voor zowel klimaatadaptatie als klimaatmitigatie (Foto: Ivan Kmit)

Als je in google ‘klimaatadaptatie’ intypt dan zie je als je google zelf de tekst laat aanvullen, dat de meest gezochte zoekwoordencombinatie ‘klimaatadaptatie + betekenis’ is. Aha! Je bent dus niet de enige die geen idee heeft wat klimaatadaptatie inhoudt of maar een vaag vermoeden heeft. Ook ikzelf – adviseur en onderzoeker klimaatadaptatie! – keek vreemd op toen ik de term in 2015 voor het eerst hoorde. Toegegeven, toen was ik nog geen adviseur klimaatadaptatie, maar ik was wel afgestudeerd aardwetenschapper, een studie waarbij je de natuurlijke processen op en rondom het aardoppervlak bestudeert en waarbij we van alles over het klimaat en klimaatverandering hadden geleerd. Maar klimaatadaptatie, ho maar.

Maar als je er even over nadenkt is het niet zo vreemd dat de betekenis van het woord klimaatadaptatie nog niet alom bekend is, want hoewel klimaatverandering al een flinke tijd aan de gang is, is klimaatadaptatie toch iets van de laatste jaren. Waren we namelijk eerst nog in de veronderstelling/hoop dat het wel mee zou vallen met de klimaatverandering, nu realiseren we ons dat deze deels onontkoombaar is, en dat we ons wél moeten aanpassen.

De betekenis van klimaatadaptatie

En dat brengt me dan op de term klimaatadaptatie. Klimaatadaptatie betekent letterlijk: aanpassen aan het klimaat. In de context waarin het woord nu meestal wordt gebruikt gaat het om het aanpassen aan het veranderende klimaat. Wat moet je je daar bij voorstellen? Voorbeelden zijn het verhogen van dijken tegen een stijgende zeespiegel, het zorgen voor meer ruimte om grotere hoeveelheden regenwater op te vangen en het invoeren van hitteplannen om ons te wapenen tegen extreme temperaturen. Dit alles vereist een behoorlijk proces wat in Nederland de laatste jaren op gang is gekomen. Want wie betaalt de ingrepen die nodig zijn om ons aan te passen aan het klimaat? Wie is er verantwoordelijk? En wie beslist wat er gaat gebeuren? Op deze vragen zijn inmiddels in Nederland al heel wat antwoorden gevonden; de uitvoering van klimaatadaptatie vraagt nog wel om een versnelling. Een goede website voor meer informatie over het klimaatadaptatieproces is www.ruimtelijkeadaptatie.nl.

Voorbeelden van klimaatadaptatie in Nederland

In Nederland ondervinden we de gevolgen van klimaatverandering al aan den levende lijve, met piekbuien en lange, hete zomers. Wat zijn klimaatadaptatievoorbeelden in Nederland die al zijn uitgevoerd?
Wat je tot nog toe veel ziet zijn aanpassingen buiten om het vele regenwater tijdelijk op te kunnen slaan tijdens en na extreme neerslag. Een voorbeeld van zo’n aanpassing is een wadi. Dat is eigenlijk gewoon een kuil in bijvoorbeeld een grasveld. Tijdens een grote bui blijft het water daar in staan. In de dagen na de bui zakt het water langzaam de grond in.

Een ander voorbeeld van klimaatadaptatie zijn de hitteplannen. Na de hete zomers van 2003 en 2006 zijn deze ingevoerd om mensen weerbaarder te maken tegen extreme hitte.

Ben je op zoek naar meer concrete voorbeelden van klimaatadaptatie in Nederland? Kijk dan eens op Climatescan of Rainproof.

Internationale klimaatadaptatie voorbeelden

En wat gebeurt er internationaal op het gebied van klimaatadaptatie? In veel landen zijn de uitdagingen op het gebied van klimaatadaptatie vele malen groter dan in Nederland. Zo kampen veel stedelijke delta’s in Azië met overstromingen als gevolg van smeltende gletsjers, toenemende moessonregens en een stijgende zeespiegel. Voor de zogenaamde Small Islands Developing States vormt klimaatverandering een minstens zo grote bedreiging. Voor deze eilanden (bijvoorbeeld de Maldiven) is een zeespiegelstijging van slechts 1 meter al catastrofaal. Daarnaast ondervinden veel landen in de hoorn van Afrika groeiende problemen door steeds vaker terugkerende droogte.

Om deze problemen te lijf te gaan, is er veel samenwerking en ondernemerschap nodig. Een aantal landen heeft een nationale klimaatstrategie of klimaatactieplan opgesteld, maar het opnemen van klimaatadaptatie in bijvoorbeeld plannen voor de stedelijke inrichting mist nog vaak.

Wat gebeurt er al wel? Een paar voorbeelden. Op de Maldiven is een programma opgezet (gefinancierd door het UNDP) om het integraal waterbeheer te verbeteren. Er wordt daar ingezet op het verbeteren van regenwater-gevoede landbouw (rain-fed agriculture) en het verbeteren van de grondwatervoorraden. Een ander programma van de UNDP richt zich op het weerbaar zijn tegen klimaatextremen zoals droogte. Dit programma brengt risico’s in kaart en ontwikkelt early-warning systemen. Zie voor meer informatie de klimaatadaptatie website van het UNDP. Een laatste voorbeeld is het trainen van boeren in conservation farming  (naast goed voor adaptatie ook op #16 van de Drawdown top 100 meest effectieve maatregelen tegen klimaatverandering), bijvoorbeeld in Zambia.1 Met deze techniek wordt er meer water in de bodem vastgehouden, waardoor gewassen beter groeien, ook in tijden van droogte.

Atol in de Malediven. De Malediven zijn extreem kwetsbaar voor zeespiegelstijging. Foto: Jakub Gojda

Er zijn nog veel meer voorbeelden van klimaatadaptatie, op grote en kleine schaal. Lees hier hoe Just Diggit met haar projecten mens en natuur weerbaarder maakt tegen droogte. Kijk voor meer klimaatadaptatie voorbeelden in Europa bijvoorbeeld op het European Climate Adaptation Platform. of op de website van Climate-Adapt.

1 Reid, H, 2014, Climate Change and Humand Developement, Londen, 287 pp