4 succesfactoren van internationale projecten van waterschappen

(Foto: Hilda Weges)

Ineens waren ze weg uit het straatbeeld. Ongebruikt lagen ze jarenlang op hoopjes in de straten in de Bangerpolder in Semarang, Indonesië. Maar nu er dijken opgetrokken zijn en de huizen niet langer onder stromen, slingeren de dakpannen niet langer rond. Ze sieren de daken in Semarang.

Dit is één van de mooie resultaten van een tienjarig project (ten dele) gefinancierd door het NWB fonds. Een inwoner vertelt: Nu het water niet meer via de voordeur naar binnen stroomt, heeft het weer zin om het water van boven tegen te houden.

Er is in dit waterveiligheidsproject veel bereikt. In het gebied dat eerst bijna permanent onder water stond, staan de straten nu al sinds 2010 droog. Niet mis, voor een eerste internationaal project van Hoogheemraadschap Schieland en de Krimpenerwaard. Projectleider Piet Boesberg: De Indonesische partners boekten veel vooruitgang: ze installeerden een dijk, gemaal én polderbestuur in een dichtbevolkt gebied met 80.000 inwoners. En zo’n resultaat in slechts tien jaar tijd, dat had ik in Nederland nog moeten zien, voegt hij er lachend aan toe.

Het NWB Fonds voor waterprojecten

Bovenstaand Indonesië-project is het langstlopende project van het NWB Fonds, dat internationale samenwerkingsprojecten van waterschappen in Nederland ondersteunt. Dit zijn projecten op alle gebieden waar waterschappen in Nederland ook aan werken: afvalwaterzuivering, waterveiligheid en waterkwaliteit. Met steun van het NWB Fonds worden vooral projecten uitgevoerd die er specifiek op gericht zijn de besturing (governance) van waterschappen of vergelijkbare instanties te verbeteren, of op te zetten.

In de nieuwe straten is volop leven (Foto: Bert van Boggelen)

Het bouwen van een waterzuivering is een belangrijke ontwikkeling. Maar, deze goed onderhouden met voldoende financiële middelen, protocollen en getrainde mensen is wat leidt tot een duurzame oplossing.

Ik sprak met directeur Bert van Boggelen over de ambities en doelstellingen van het fonds. Zo kon ik een aantal succesfactoren destilleren.

Succesfactoren waterprojecten

Succesfactor 1: Kijk in de spiegel

De slogan ‘Verbeter de wereld, begin bij jezelf’ neemt het NWB Fonds ter harte. Om voldoende kwaliteit in projecten te kunnen waarborgen, heeft het fonds een aantal ambities en voorwaarden opgesteld voor zowel haar eigen organisatie als voor de waterschappen die partner zijn in de projecten. Het idee is dat dit helpt om de projecten steeds weer naar een hoger niveau te tillen. De voorwaarden voor de projecten en de projectteams zijn:

  • Hoog gekwalificeerde en voldoende medewerkers zodat continuïteit van projecten zoveel mogelijk gegarandeerd is
  • Diversiteit van medewerkers van projectteams, inclusief kansen voor jongeren
  • Communicatie, zowel binnen de waterschappen als richting burgers

Vooral op het punt communicatie valt nog een verbeterslag te maken. Van Boggelen: Heldere communicatie over de internationale projecten is van belang, zowel om draagvlak te creëren bij burgers, maar ook om die intern bij waterschappen meer bekendheid te geven en ervoor te zorgen dat meer mensen kunnen leren van deze interessante projecten. Het uitgangspunt is dat internationale samenwerking twee kanten op werkt: de kennis van de waterschappen komt terecht op die plekken in het buitenland waar erom gevraagd wordt en waar dit hard nodig is, en de waterschappen zelf leren ook van deze projecten en kunnen daardoor nog meer professionaliseren. Zo werken bijvoorbeeld Nederlandse en Zuid-Afrikaanse waterbeheerders samen aan de implementatie  van Hydronet, een decision support system voor het weer- en klimaatbestendig maken van watersystemen. Kennisdeling en ontwikkeling optima forma.


“We kregen bestuurlijk draagvlak en konden toen snel verder om samen het project uit te werken. “

Succesfactor 2: Trek aan de juiste touwtjes

Het project bij Semarang kwam de eerste twee jaar niet van de grond. Het project was van start gegaan toen een eerdere burgemeester hulp vroeg bij het watermanagement. Al was het team van het waterschap en beleidsmedewerkers van de gemeente Semarang enthousiast aan de slag gegaan, er zat lange tijd weinig beweging in het project. Wat bleek: er was een nieuwe burgemeester die niet op de hoogte was van het initiatief  van zijn voorganger. Projectleider Boesberg: Toen konden we eigenlijk weer van voren af aan beginnen.

Van Boggelen: Een belangrijke les die je hieruit kunt trekken is dat het in kaart brengen van het krachtenveld een noodzakelijke stap is, evenals goed weten hoe de cultuur in elkaar steekt. Wij zijn in Nederland gewend dat beleidsmedewerkers of ambtenaren juist invloed kunnen uitoefenen op het bestuur (van bijvoorbeeld een gemeente of waterschap), dus als je iets wilt bereiken in Nederland kun je dat prima via die weg proberen. Dat werkte niet in Indonesië.

Daarna pakte het waterschap het anders aan. Het krachtenveld werd onderzocht en er werd eerst uitgebreid met de mensen bovenaan de ladder gepraat. Daarna ging het snel. Boesberg: We kregen bestuurlijk draagvlak en konden toen snel verder om samen het project uit te werken.

Succesfactor 3: Unieke expertise

Wat voor toegevoegde waarde hebben waterschappen in internationale projecten? Natuurlijk: hun eeuwenlange ervaring met bestuur en uiteraard met waterbeheer. Al in de grondwet van 1848 werd de taak van het waterbeheer bij de waterschappen neergelegd. Nederlandse waterschappen ontvangen belasting direct van de burgers, wat maakt dat zij een enorme slagkracht hebben om hun watertaak goed uit te voeren en dit te continueren. Een heel handig model, dat er ook voor heeft gezorgd dat de waterschappen veel ervaring hebben opgedaan met het besturen van zo’n organisatie en het afleggen van verantwoording richting burgers.

Dit is precies waar het in internationale waterprojecten vaak aan ontbreekt. In het geval van de polder bij Semarang was de taak om het water buiten te houden, niet duidelijk bij één organisatie neergelegd. Hoogheemraadschap Schieland en de Krimpenerwaard heeft dan ook geadviseerd over de structuur en organisatie van het watermanagement in de polder. Het nieuw opgerichte polderbestuur functioneert nu al een paar jaar en bevat een mooie mix van vertegenwoordigers van de bevolking, professoren van universiteiten uit de regio en afgevaardigden van de gemeente.

Succesfactor 4: Frisse blik

Als medewerker van een waterschap werk je hoofdzakelijk in Nederland. Hierdoor heeft hij/zij een frisse blik én frisse moed. Dit kan een enorm voordeel zijn, uiteindelijk is elk project maatwerk en komt het op de teamleden aan om er een succes van te maken. Natuurlijk kan het ook wel eens lastig zijn dat de waterschappers weinig ervaring hebben met werken in een andere cultuur en politieke situatie. Samenwerken met NGO’s die veel expertise hebben op dat vlak, kan dan zeker synergie opleveren.

Toekomst NWB Fonds

Het NWB Fonds heeft mooie plannen voor de toekomst. Doorgaan met het ondersteunen van ambitieuze projecten van de waterschappen. En met haar opgebouwde kennis bijdragen aan de Blue Deal, een programma waarin de waterschappen, ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en Buitenlandse Zaken samenwerken om bij te dragen aan de Sustainable Development Goals (SDGs) op het gebied van water.

En het project in Indonesië? Dat wordt wellicht opgeschaald: er is nu ook een project gestart in Pekalongan. En dat is erg mooi, want de hele kust kampt met soortgelijke problemen als in de polder bij Semarang.  Boesberg: En met klimaatverandering en gemiddeld 8 centimeter bodemdaling per jaar, kan wat extra watermanagement geen kwaad.

En met klimaatverandering en gemiddeld 8 centimeter bodemdaling per jaar, kan wat extra watermanagement geen kwaad.”

3 succesfactoren voor duurzame ontwikkeling in 2019

Stel je werkt bij een samenwerkingsorganisatie voor boeren in Nepal. De boeren schrikken van de gevolgen van klimaatverandering: modderstromen verwoesten dorpjes, de moessonregens vallen steeds heviger uit de hemel en de gletsjers smelten in rap tempo. De boeren zijn bezorgd en nemen zelf maatregelen om zich aan het nieuwe klimaat aan te passen, maar dit is niet voldoende. Hoe zorg je ervoor dat je in gesprek raakt met de overheid en de urgentie van klimaatverandering onder de aandacht brengt? Hoe bereik je belanghebbenden en hoe vergroot je kennisdeling onder boeren? En zijn er fondsen die hierin kunnen ondersteunen?

Enter Both ENDS. Both ENDS kent routes naar een plek aan tafel met de overheid en adviseert hoe je dit proces het beste aanpakt. Ook koppelt Both ENDS je aan een vergelijkbare organisatie (in bijvoorbeeld Bolivia) om ideeën en kennis uit te wisselen. Deze peer-to-peer uitwisseling geeft je inzicht hoe de boerenorganisatie in Bolivia stapje voor stapje klimaatadaptatie aan de kaak heeft gesteld, waardoor je de moed erin houdt. In de loop der jaren oefen je via het netwerk van Both ENDS invloed uit op de grote spelers (bijvoorbeeld de Wereldbank en het Groene Klimaatfonds), zodat er in de meest kwetsbare gebieden van Nepal meer geld beschikbaar komt voor klimaatadaptatie.

Verbindingen leggen
Bovenstaand voorbeeld illustreert de werkwijze van Both ENDS, een Nederlandse NGO die sinds de jaren ’80 actief is op de thema’s milieu, klimaat en armoedebestrijding. Both ENDS is een netwerk- en kennismakelaar: ze verbindt maatschappelijke organisaties en helpt met toegang tot informatie, fondsen, overheidsinstanties en overkoepelende organisaties.

Ik interviewde Annelieke Douma, die onder andere de thema’s klimaatadaptatie en waterbeheer in haar portfolio heeft, en kwam er achter wat maakt dat Both ENDS effectief en onmisbaar is in haar werk.

Succesfactoren Both ENDS
Succesfactor 1: Ondersteuning op organisatieniveau
Both ENDS’ core business is het versterken van en samenwerken met voornamelijk maatschappelijke organisaties op het zuidelijk halfrond die zich inzetten voor duurzaamheid, sociale gelijkheid en het naleven van mensenrechten. Hiermee onderscheidt de aanpak van Both ENDS zich van NGO’s die een programma-of projectgerichte aanpak hebben.  Doordat Both ENDS zich langdurig verbindt aan organisaties en hun institutionele capaciteit versterkt, voorkom je een ‘jojo-effect’: veel resultaat tijdens een lopend project, maar na afronding stort het weer in elkaar.

Succesfactor 2: Lokale context als uitgangspunt
Both ENDS werkt hoofdzakelijk samen met organisaties die de belangen van mens en milieu behartigen. Deze organisaties kennen de lokale opgaven, weten waar de kansen liggen en staan in direct contact met de mensen ‘on the ground’. “Uitdagingen rondom waterbeheer en klimaatadaptatie zijn context-specifiek en vragen om context-specifieke oplossingen”, aldus Douma. “Er is geen ‘one-size-fits-all’-oplossing en dat is waarom het zo belangrijk is om samen te werken met het maatschappelijk middenveld dat de lokale omstandigheden, kennis en behoeften goed kent.”

Het probleem is dat grote water- en klimaatprojecten veelal voorbij gaan aan lokale kennis en initiatieven en onvoldoende rekening houden met bestaande machtsverhoudingen of specifieke gevolgen voor bepaalde bevolkingsgroepen. Neem het voorbeeld van klimaatfinanciering. Douma: “Geld dat het nieuwe Green Climate Fund beschikbaar stelt, wordt in grote porties verdeeld. Een relatief kleine milieu- of vrouwenorganisatie in bijvoorbeeld Indonesië die belangrijk werk verricht op het gebied van klimaatadaptatie kan daar dan geen aanspraak op doen, want zij beschikken niet over de capaciteit om aan al het papierwerk te voldoen. Het geld komt dus terecht bij overheden of grote internationale organisaties. Dit is volgens ons niet de manier om duurzame effecten te behalen, want het geld komt veel te weinig terecht waar het echt nodig is en werkt soms zelf averechts. Douma: “Middelgrote organisaties  hebben allerlei mogelijkheden om de toegang tot klimaatgeld te vergroten, en wij maken ons hier hard voor door beleid te beïnvloeden en door groepen te ondersteunen hun stem te laten horen.”

Nepalese schoolkinderen

Succesfactor 3: Integrale aanpak
Het is een open deur, maar daardoor niet minder waar: het belang van een integrale aanpak. Probleem is dat er soms in projecten door externe factoren zoveel druk ligt om zichtbare en snelle resultaten te behalen, dat er geen tijd, geld of aandacht is om ‘the bigger picture’ te bestuderen. Een goedbedoeld project kan dan desastreuze gevolgen hebben.

Een voorbeeld: In het kader van een klimaatproject dat ontbossing tegen wil gaan, wordt een bos afgesloten om de bomen te beschermen. Omwonenden, die afhankelijk waren van dit bos, zijn niet betrokken noch gecompenseerd. Noodgedwongen moeten zij verkassen naar nabijgelegen gebied, waar de omvang van het bos vervolgens snel afneemt. Daarnaast ontstaan er conflicten tussen de eerdere en nieuwe bewoners.

Hoe zorg je ervoor dat er voldoende aandacht is voor het grotere geheel? Both ENDS heeft zelf veel kennis in huis, zowel van fysische onderwerpen (zoals milieu, water, en landgebruik) als van sociale aspecten (zoals mensenrechten, landrechten, of de positie van vrouwen). Hierdoor zijn de risico’s van interventies beter te overzien en is het makkelijker om deze al bij de start van het project onder de aandacht te brengen.

Maar bovenal – en dan zijn we weer terug bij succesfactor 1 en 2 – is er veel tijd en kennis te winnen door de verbinding aan te gaan met organisaties die al een heel goed beeld hebben van de complexiteit aan aspecten en relaties binnen een bepaalde context. Zo kunnen we de positieve en negatieve gevolgen van onze acties sneller en beter overzien.

Dat laatste klinkt goed en is ook een mooi voornemen voor 2019: laten we af en toe even stilstaan en nadenken over wat de gevolgen zijn van onze acties. Om vervolgens met vertrouwen de goede richting in te slaan, op naar een betere wereld.

Klimaatadaptatie – het woord van 2019?

Het planten van bomen is goed voor zowel klimaatadaptatie als klimaatmitigatie (Foto: Ivan Kmit)

Als je in google ‘klimaatadaptatie’ intypt dan zie je als je google zelf de tekst laat aanvullen, dat de meest gezochte zoekwoordencombinatie ‘klimaatadaptatie + betekenis’ is. Aha! Je bent dus niet de enige die geen idee heeft wat klimaatadaptatie inhoudt of maar een vaag vermoeden heeft. Ook ikzelf – adviseur en onderzoeker klimaatadaptatie! – keek vreemd op toen ik de term in 2015 voor het eerst hoorde. Toegegeven, toen was ik nog geen adviseur klimaatadaptatie, maar ik was wel afgestudeerd aardwetenschapper, een studie waarbij je de natuurlijke processen op en rondom het aardoppervlak bestudeert en waarbij we van alles over het klimaat en klimaatverandering hadden geleerd. Maar klimaatadaptatie, ho maar.

Maar als je er even over nadenkt is het niet zo vreemd dat de betekenis van het woord klimaatadaptatie nog niet alom bekend is, want hoewel klimaatverandering al een flinke tijd aan de gang is, is klimaatadaptatie toch iets van de laatste jaren. Waren we namelijk eerst nog in de veronderstelling/hoop dat het wel mee zou vallen met de klimaatverandering, nu realiseren we ons dat deze deels onontkoombaar is, en dat we ons wél moeten aanpassen.

De betekenis van klimaatadaptatie

En dat brengt me dan op de term klimaatadaptatie. Klimaatadaptatie betekent letterlijk: aanpassen aan het klimaat. In de context waarin het woord nu meestal wordt gebruikt gaat het om het aanpassen aan het veranderende klimaat. Wat moet je je daar bij voorstellen? Voorbeelden zijn het verhogen van dijken tegen een stijgende zeespiegel, het zorgen voor meer ruimte om grotere hoeveelheden regenwater op te vangen en het invoeren van hitteplannen om ons te wapenen tegen extreme temperaturen. Dit alles vereist een behoorlijk proces wat in Nederland de laatste jaren op gang is gekomen. Want wie betaalt de ingrepen die nodig zijn om ons aan te passen aan het klimaat? Wie is er verantwoordelijk? En wie beslist wat er gaat gebeuren? Op deze vragen zijn inmiddels in Nederland al heel wat antwoorden gevonden; de uitvoering van klimaatadaptatie vraagt nog wel om een versnelling. Een goede website voor meer informatie over het klimaatadaptatieproces is www.ruimtelijkeadaptatie.nl.

Voorbeelden van klimaatadaptatie in Nederland

In Nederland ondervinden we de gevolgen van klimaatverandering al aan den levende lijve, met piekbuien en lange, hete zomers. Wat zijn klimaatadaptatievoorbeelden in Nederland die al zijn uitgevoerd?
Wat je tot nog toe veel ziet zijn aanpassingen buiten om het vele regenwater tijdelijk op te kunnen slaan tijdens en na extreme neerslag. Een voorbeeld van zo’n aanpassing is een wadi. Dat is eigenlijk gewoon een kuil in bijvoorbeeld een grasveld. Tijdens een grote bui blijft het water daar in staan. In de dagen na de bui zakt het water langzaam de grond in.

Een ander voorbeeld van klimaatadaptatie zijn de hitteplannen. Na de hete zomers van 2003 en 2006 zijn deze ingevoerd om mensen weerbaarder te maken tegen extreme hitte.

Ben je op zoek naar meer concrete voorbeelden van klimaatadaptatie in Nederland? Kijk dan eens op Climatescan of Rainproof.

Internationale klimaatadaptatie voorbeelden

En wat gebeurt er internationaal op het gebied van klimaatadaptatie? In veel landen zijn de uitdagingen op het gebied van klimaatadaptatie vele malen groter dan in Nederland. Zo kampen veel stedelijke delta’s in Azië met overstromingen als gevolg van smeltende gletsjers, toenemende moessonregens en een stijgende zeespiegel. Voor de zogenaamde Small Islands Developing States vormt klimaatverandering een minstens zo grote bedreiging. Voor deze eilanden (bijvoorbeeld de Maldiven) is een zeespiegelstijging van slechts 1 meter al catastrofaal. Daarnaast ondervinden veel landen in de hoorn van Afrika groeiende problemen door steeds vaker terugkerende droogte.

Om deze problemen te lijf te gaan, is er veel samenwerking en ondernemerschap nodig. Een aantal landen heeft een nationale klimaatstrategie of klimaatactieplan opgesteld, maar het opnemen van klimaatadaptatie in bijvoorbeeld plannen voor de stedelijke inrichting mist nog vaak.

Wat gebeurt er al wel? Een paar voorbeelden. Op de Maldiven is een programma opgezet (gefinancierd door het UNDP) om het integraal waterbeheer te verbeteren. Er wordt daar ingezet op het verbeteren van regenwater-gevoede landbouw (rain-fed agriculture) en het verbeteren van de grondwatervoorraden. Een ander programma van de UNDP richt zich op het weerbaar zijn tegen klimaatextremen zoals droogte. Dit programma brengt risico’s in kaart en ontwikkelt early-warning systemen. Zie voor meer informatie de klimaatadaptatie website van het UNDP. Een laatste voorbeeld is het trainen van boeren in conservation farming  (naast goed voor adaptatie ook op #16 van de Drawdown top 100 meest effectieve maatregelen tegen klimaatverandering), bijvoorbeeld in Zambia.1 Met deze techniek wordt er meer water in de bodem vastgehouden, waardoor gewassen beter groeien, ook in tijden van droogte.

Atol in de Malediven. De Malediven zijn extreem kwetsbaar voor zeespiegelstijging. Foto: Jakub Gojda

Er zijn nog veel meer voorbeelden van klimaatadaptatie, op grote en kleine schaal. Lees hier hoe Just Diggit met haar projecten mens en natuur weerbaarder maakt tegen droogte. Kijk voor meer klimaatadaptatie voorbeelden in Europa bijvoorbeeld op het European Climate Adaptation Platform. of op de website van Climate-Adapt.

1 Reid, H, 2014, Climate Change and Humand Developement, Londen, 287 pp

Hoe maak je van jouw internationale samenwerkingsproject een succes?

30.000 euro verdween in de zakken van een directeur, nog voordat het project startte. In plaats van over de inhoud van het project te discussiëren, ontstond er tijdens de startbijeenkomst in no-time een ruzie over geld. Na een halve dag redetwisten via tolken, waren we verder van huis dan dat we weken daarvoor waren.

Zo startte één van mijn buitenlandprojecten en het voelde uitermate frustrerend. Niet altijd valt het te voorkomen dat een internationaal samenwerkingsproject een lastige start heeft, of weinig (blijvende) successen behaalt. Maar er zijn wel een aantal basisprincipes die helpen een duurzaam resultaat te boeken. In deze blogserie beschrijf ik een aantal internationale projecten op het gebied van land- en watermanagement en klimaatadaptatie en zoom ik in op de succesfactoren. Deze keer twee projecten van Justdiggit, een organisatie met het doel de planeet te vergroenen.

Projecten van Justdiggit in Kenia en Tanzania

Ik interviewde Niels Dierckx van Justdiggit over één van hun lopende projecten. In Kenia startte Justdiggit een project om gedegradeerd land in de buurt van Amboseli National Park te rehabiliteren. Omdat het een semi-aride gebied betreft, groeven zij halvemaanvormige kuilen (bunds) die het water  tijdens (zware) regenbuien opvangen. Een simpele en effectieve techniek, waarmee je erosie voorkomt en het water langer vasthoudt. Daarnaast omheinden ze afwisselend bepaalde stukken in het National Park, zodat bomen de kans krijgen terug te groeien.

In Tanzania loopt een groot project om kennis over agroforestry te delen met boeren. In Tanzania zijn er veel boeren die op (zeer) kleine schaal landbouw bedrijven. Op veel plekken zijn de bomen verdwenen, maar er zijn vaak nog wel de stompen van bomen of kleine struiken aanwezig. Het idee is een deel van de bomen terug te laten groeien, omdat dit veel voordelen heeft voor de bodem, lokale klimaat en daardoor ook voor de gewasopbrengst.

De succesfactoren

De juiste locatie

Hetzelfde project kan in de ene locatie slagen en de andere compleet falen. Het stuk land waar Justdiggit hun project in Kenia begon was totaal gedegradeerd. Zo zeer zelfs, dat omwonenden zeiden, “start daar maar, want dat stuk land heeft iedereen toch opgegeven”. “En nu, twee regenseizoenen later, is het groen”, aldus Dierckx. Al had de bevolking initieel weinig vertrouwen in de aanpak, de keuze van de locatie zorgde ervoor dat het project een succes werd. In dit geval was de locatie het omgekeerde van  ‘laaghangend fruit’: er werd gedacht dat de degradatie in het gebied onomkeerbaar was. Dit maakte het terrein moeilijk te redden, maar áls het zou lukken zou de impact des te groter zijn. Daarnaast was het projectgebied bij de start van het project niet in gebruik voor andere doeleinden. Er zit niemand ongeduldig te wachten tot het project is afgerond; ook een groot voordeel.

Een ondernemende partner

“Eén van de belangrijkste factoren voor het slagen van een project of een programma is een partnerorganisatie die heeft bewezen soortgelijke projecten effectief en efficiënt uit te voeren en ook de ambitie en contacten heeft om verdere opschaling en structurele verandering in de projectomgeving  te helpen bevorderen”, aldus een ervaren beleidsadviseur bij Buitenlandse Zaken. Natuurlijk hangt de keuze voor een partnerorganisatie af van wat je met je project of programma wil bereiken. Justdiggit werkt in dit geval samen met het Maasai Wilderness Conservation Trust  en het Amboseli Ecosystem Trust. De samenwerking verloopt goed en wordt gekenmerkt door  wederzijds vertrouwen, en vooral een gelijksoortig “DNA”. Voor Justdiggit is het van belang dat de partnerorganisaties net als Justdiggit slagvaardig zijn en geloven in de kracht van het mobiliseren van mensen. In Kenia zijn inmiddels 72.000 bunds gegraven en het projectgebied is na twee jaar prachtig groen. Een gezamenlijke inspanning met een geweldig resultaat.

Before: het graven van de halvemaanvormige kuilen (Foto: Justdiggit)

After: het projectgebied na de eerste regen (Foto: Justdiggit)

Schaalvergroting

Jeffrey Sachs schreef het al, één van de cruciale stappen om het einde van armoede te bespoedigen is schaalvergroting. Hoe doe je dat, de uitkomsten van je project opschalen? Een bekend concept dat ook Justdiggit toepast is ‘train de trainer’. Justdiggit werkt in Tanzania met boeren die de bomen op hun land willen terugbrengen, met een methode die Farmer Managed Natural Regeneration heet. Om dit te doen is het nodig oude bomen te herkennen en de juiste soorten de ruimte te geven om terug te groeien. Samen met partnerorganisatie LEAD traint Justdiggit op termijn 1.296 boeren, die op hun beurt 200.000 huishoudens bereiken. Boeren bezitten gemiddeld 1 hectare grond, waarvan ze op hun land agroforestry toepassen en per hectare ook 0.2 ha aan bos terug laten groeien. Boeren bouwen hierdoor hun eigen voorraad bomen op, waardoor omringende natuur onder minder druk komt te staan door boskap. Het toepassen van agroforestry op de rest van het land zorgt daarnaast voor een gezondere bodem, minder erosie en als eindresultaat een grotere opbrengst van de gewassen. Ook worden de boeren meer klimaatbestendig doordat hun inkomsten meer verspreid zijn, wat armoede tegengaat.

Synergie
Idealiter bereikt een land- en watermanagement of klimaatproject meer dan alleen de directe projectdoelen. Justdiggit heeft zichzelf een ambitieus groter doel gesteld: zij werken aan klimaatadaptatie (aanpassen aan het klimaat) en klimaatmitigatie (voorkomen dat het klimaat verandert). Sterker nog, het idee is zelfs het regionale klimaat ten gunstige terug te veranderen.

Uit meerdere studies blijkt dat de lokale en regionale meteorologie verandert als we bossen kappen. Zoals een recente studie uit Borneo laat zien, zorgt ontbossing voor een verhoging van de oppervlaktetemperatuur en voor een afname van de neerslag. Geen zaken om vrolijk van te worden, omdat dit ook nog eens negatieve feedbacks loops veroorzaakt (minder neerslag => minder vegetatie => slechtere bodem => minder vasthouden van water => minder vegetatie => minder neerslag).

De hypothese is echter dat ook het omgekeerde geldt: als we genoeg land weer vergroenen dan beïnvloeden we het lokale en regionale klimaat positief. Groene gebieden en bossen zorgen voor verdamping. Dit leidt ertoe dat er een grotere kans is op de vorming van wolken, wat kan leiden tot regen. Als dit zo werkt (hier wordt nog onderzoek naar gedaan bij Wageningen UR) dan kan dit positieve feedback opleveren: het vergroenen van een aantal strategisch gekozen stukken land resulteert in meer regenval en dit heeft tot gevolg dat andere gebieden zich ook sneller vergroenen.

Volgens promovendus Eva Kleingeld bij Wageningen UR is er nog weinig onderzoek gedaan naar het effect van grootschalige vergroeningsprojecten (van een grootte van 100-1000 km2) op het (regionale) klimaat. Nieuw onderzoek dat gebruik maakt van analyse van satellietbeelden moet uitwijzen of herbebossing leidt tot een afname in (oppervlakte)temperatuur, een toename in bewolking en wellicht ook in een toename van neerslag. Erg relevant en nuttig onderzoek, zeker nu het IPCC in 2018 alle alarmbellen liet rinkelen wat betreft de klimaatverandering waar we op afstevenen.

Terug naar de projecten in Kenia en Tanzania. Of de vergroeningsprojecten bijdragen aan meer neerslag of een lagere temperatuur is nog een lopende vraag. Tot die tijd leveren de projecten in elk geval meer beschikbaarheid van water in de bodem, meer groen en meer landbouwopbrengsten op. Niet mis!

Deel dit bericht of laat een opmerking achter zodat we ervaringen in internationale samenwerking delen en meer duurzame resultaten boeken!

Volgende keer in de spotlights: BothENDS!

Wil jij met jouw project ook in deze blog? Laat het mij weten!

Ruimtelijke data & … internationale waterkwaliteitsverbetering

De Brantas rivier vlakbij Surabaya. De waterkwaliteit is op veel plekken dramatisch. (Foto: Andy Bruijns)

In het Brantas stroomgebied in Indonesië had men er schoon genoeg van: er was directe actie nodig om de waterkwaliteit van de Surabaya rivier te verbeteren. Meerdere initiatieven waaronder een burgerinitiatief werden opgezet. Acties omvatten bewustwordingscampagnes om over de gevaren van vervuild water te communiceren en rechtszaken tegen de grote vervuilers [1]. Het verbeteren van de waterkwaliteit in de rivier is echter geen sinecure, al hebben de acties van de burgerinitiatieven er wel voor gezorgd dat de waterkwaliteit in elk geval niet nog vérder is afgenomen.

Innovatieve technieken
Om deze bewegingen verder te ondersteunen, is er in 2017 een groot project gestart om waterkwaliteit integraal onderdeel te laten worden van het watermanagement in het Brantas stroomgebied. Dit project, genaamd Fostering inclusive growth, health and equity by mainstreaming water quality in River Basin Management, heeft als één van de doelen de waterkwaliteit fors te verbeteren, zodat de kans op blootstelling aan wateroverdraagbare ziektes wordt teruggedrongen en de rivier (weer) een duurzame bron van water wordt. Om de voortgang te monitoren, zetten we innovatieve technieken in. Tauw voert dit Fonds Duurzaam Water project uit in een triple helix samenstelling: TU Delft, de lokale organisatie Ecoton (ngo), INDYMO (MKB) en Jasa Tirta (waterschap).

Satellietbeelden
In het kader van het gebruik van innovatieve technieken speelt de vraag of satellietbeelden ook kunnen bijdragen aan de monitoring van de waterkwaliteit. Het antwoord hangt sterk af van de ruimtelijke resolutie van de satellietbeelden en de breedte van de rivier. Onlangs zijn er door de komst van nieuwe satellieten, zoals de Sentinel-2, veel meer mogelijkheden gekomen om indicatoren voor waterkwaliteit in kaart te brengen. Zo zijn bijvoorbeeld concentraties chlorofyl en zwevend stof te bepalen met een resolutie van 20 meter. Er waren met andere satellieten al mogelijkheden om verdamping en neerslag in kaart te brengen. Gezamenlijk geeft dit veel informatie over het watersysteem.

Chlorofylconcentraties
Terug naar Brantas. Een eerste analyse van Sentinel-2 beelden uit december 2017 (figuur 1) laat zien dat de resolutie het toelaat de Surabaya rivier in kaart te brengen. De figuur toont (een proxy voor) chlorofylconcentraties voor de rivier, nabij Surabaya stad. De rivier stroomt de buitenwijken van Surabaya stad in, met een stroomrichting van zuidwest naar noordoost. Richting de stad nemen de chlorofylconcentraties toe, in de figuur te zien doordat de kleur van blauw/lichtgeel naar donkeroranje verloopt. De toename van chlorofylconcentraties richting de stad reflecteert vermoedelijk een toename van lozingen van huishoudelijk en industrieel afvalwater. Een toename van nutriënten in het water zorgt namelijk vaak voor een toename van algengroei, wat terug te zien is in de chlorofylconcentraties.

Figuur 1: Indicatie van chlorofyl-a gehalte van een gedeelte van de Surabaya rivier in het Brantas stroomgebied in Indonesië. De rivier stroomt van linksonder naar rechtsboven. De concentraties chlorofyl zijn bepaald met beelden van de Sentinel-2 satelliet in december 2017. Richting de grote stad Surabaya (rechtsboven) neemt het chlorofylgehalte toe. Ook is onder in de figuur een andere rivier met veel lagere chlorofylconcentraties te zien. Voor de zichtbaarheid zijn de rivieren uitgelicht.

Toegevoegde waarde
Wat is nu de toegevoegde waarde van monitoren met satellietbeelden? Een groot voordeel is dat we door de jaren heen kunnen monitoren of en waar de waterkwaliteit verbetert. In het geval van de Sentinel satelliet hebben we elke tien dagen een nieuw beeld. Omdat we met de satellietbeelden een groot bereik hebben, kunnen we in één keer het gehele stroomgebied monitoren, waardoor we inzicht krijgen op welke locaties de waterkwaliteit stroomafwaarts verslechtert of welke zijtakken van de rivieren juist een relatief goede waterkwaliteit hebben.

Onderwatersensoren
Een nadeel kan het wolkendek zijn: in het regenseizoen zullen de satellietbeelden vaak onbruikbaar zijn door de vele wolken. In dit project zullen we ook veel monitoren met onderwatersensoren (al dan niet op onderwaterdrones). Deze combinatie van satellietbeeldanalyse in combinatie met gerichte metingen op locatie maakt dat we de voortgang in waterkwaliteit goed in kaart kunnen brengen. Dit is van vitaal belang, omdat het noodzakelijk is te testen of ingevoerde maatregelen effect hebben (en waar ze dat nog niet hebben).

Maar welke maatregelen zullen er worden gekozen, en hoeveel effect hebben deze? Het antwoord hierop laat nog even op zich wachten, maar ik zal dat hier te zijner tijd zeker  delen.

Wordt vervolgd. Input geven? Graag! Laat hieronder je input achter.

[1] Boogaard, F., 2017. Een eerste kennismaking met onderwaterdrones in Indonesië. H2O-Online. https://www.h2owaternetwerk.nl/vakartikelen/903-een-eerste-kennismaking-met-onderwaterdrones-in-indonesie

 

Ruimtelijke data &… De gevolgen van extreme buien

Hoog-risico gebied voor landverschuivingen, Nepal (Foto: Aliaksandr Mazurkevich)

Afgelopen zomer was het in veel landen weer raak: extreme buien. In Nepal en Sierra Leone zorgden deze buien in augustus voor hevige modderstromen, waardoor in Nepal tientallen en in Sierra Leone honderden mensen omkwamen en duizenden mensen dakloos werden. Een analyse gepubliceerd in Nature Climate Change [1] laat zien dat 20% van de extreme buien het gevolg zijn van de door de mens veroorzaakte temperatuurstijging (0.85ºC sinds de industriële revolutie). In de toekomst zullen dit soort buien – van lange duur en met een hoge intensiteit– door klimaatverandering waarschijnlijk nóg vaker voorkomen.

Hoe kunnen (ruimtelijke) data helpen om de negatieve effecten van dit soort natuurrampen te verminderen? In Nepal maar ook in veel landen elders zijn dorpen en steden vaak op locaties gebouwd met een groot risico voor landslides, bijvoorbeeld onderaan een berg of zelfs óp puinhellingen. In combinatie met te intensief en niet-duurzaam landgebruik maakt dat deze locaties erg kwetsbaar worden voor landverschuivingen. Er zijn verschillende soorten (hellingstabiliteit)modellen die de kansen op landverschuivingen en modderstromen simuleren. Belangrijke factoren die het risico op een landverschuiving bepalen zijn de hellingshoek, de mate van begroeiing en uiteraard de duur en de intensiteit van de regenval. Daarnaast blijkt dat sommige gebieden veel meer kans hebben op extreme buien dan andere; de ruimtelijke variatie als gevolg van meteorologische patronen is groot. Op deze manier kun je kaarten maken die het risico tonen van aardverschuivingen. Als je deze kaarten koppelt aan demografische data geeft dit een idee van het risico voor de mens.

Dit soort kaarten kunnen gebruikt worden om een land zoals Nepal bestendiger te maken tegen de gevolgen van extreme buien. Een mogelijke oplossing voor kwetsbare steden en dorpen is een aangepaste land- en stadsindeling, waarin beschermende structuren zoals wallen schade kunnen verminderen. Een andere maatregel is het verbeteren van land- en watermanagement bovenstrooms. Overbegrazing en (te) intensieve landbouw leiden tot een vermindering van de stabiliteit van de hellingen en zorgen voor erosie. Bovendien zorgt beter landmanagement voor een grotere infiltratie van water, wat de gevolgen van extreme buien benedenstrooms kan beperken.

Een andere manier om de schade als gevolg van dit soort natuurrampen te verminderen is het creëren van goede early-warning systems. Hierbij spelen de steeds betere en nauwkeurigere meteorologische modellen gebaseerd op satellietdata een grote rol.

Voldoende werk aan de winkel dus!

Heb je aanvullingen of opmerkingen op deze post? Ik hoor het graag; laat hieronder je comment achter of stuur mij een bericht! Volgende keer: Ruimtelijke data & … waterkwaliteit!

1 Fischer, E.M. & Knutti, R., 2016. Observed heavy precipitation increase confirms theory and early models. Nature Climate Change 6, 986-991.