Hoe maak je van jouw internationale samenwerkingsproject een succes?

30.000 euro verdween in de zakken van een directeur, nog voordat het project startte. In plaats van over de inhoud van het project te discussiëren, ontstond er tijdens de startbijeenkomst in no-time een ruzie over geld. Na een halve dag redetwisten via tolken, waren we verder van huis dan dat we weken daarvoor waren.

Zo startte één van mijn buitenlandprojecten en het voelde uitermate frustrerend. Niet altijd valt het te voorkomen dat een internationaal samenwerkingsproject een lastige start heeft, of weinig (blijvende) successen behaalt. Maar er zijn wel een aantal basisprincipes die helpen een duurzaam resultaat te boeken. In deze blogserie beschrijf ik een aantal internationale projecten op het gebied van land- en watermanagement en klimaatadaptatie en zoom ik in op de succesfactoren. Deze keer twee projecten van Justdiggit, een organisatie met het doel de planeet te vergroenen.

Projecten van Justdiggit in Kenia en Tanzania

Ik interviewde Niels Dierckx van Justdiggit over één van hun lopende projecten. In Kenia startte Justdiggit een project om gedegradeerd land in de buurt van Amboseli National Park te rehabiliteren. Omdat het een semi-aride gebied betreft, groeven zij halvemaanvormige kuilen (bunds) die het water  tijdens (zware) regenbuien opvangen. Een simpele en effectieve techniek, waarmee je erosie voorkomt en het water langer vasthoudt. Daarnaast omheinden ze afwisselend bepaalde stukken in het National Park, zodat bomen de kans krijgen terug te groeien.

In Tanzania loopt een groot project om kennis over agroforestry te delen met boeren. In Tanzania zijn er veel boeren die op (zeer) kleine schaal landbouw bedrijven. Op veel plekken zijn de bomen verdwenen, maar er zijn vaak nog wel de stompen van bomen of kleine struiken aanwezig. Het idee is een deel van de bomen terug te laten groeien, omdat dit veel voordelen heeft voor de bodem, lokale klimaat en daardoor ook voor de gewasopbrengst.

De succesfactoren

De juiste locatie

Hetzelfde project kan in de ene locatie slagen en de andere compleet falen. Het stuk land waar Justdiggit hun project in Kenia begon was totaal gedegradeerd. Zo zeer zelfs, dat omwonenden zeiden, “start daar maar, want dat stuk land heeft iedereen toch opgegeven”. “En nu, twee regenseizoenen later, is het groen”, aldus Dierckx. Al had de bevolking initieel weinig vertrouwen in de aanpak, de keuze van de locatie zorgde ervoor dat het project een succes werd. In dit geval was de locatie het omgekeerde van  ‘laaghangend fruit’: er werd gedacht dat de degradatie in het gebied onomkeerbaar was. Dit maakte het terrein moeilijk te redden, maar áls het zou lukken zou de impact des te groter zijn. Daarnaast was het projectgebied bij de start van het project niet in gebruik voor andere doeleinden. Er zit niemand ongeduldig te wachten tot het project is afgerond; ook een groot voordeel.

Een ondernemende partner

“Eén van de belangrijkste factoren voor het slagen van een project of een programma is een partnerorganisatie die heeft bewezen soortgelijke projecten effectief en efficiënt uit te voeren en ook de ambitie en contacten heeft om verdere opschaling en structurele verandering in de projectomgeving  te helpen bevorderen”, aldus een ervaren beleidsadviseur bij Buitenlandse Zaken. Natuurlijk hangt de keuze voor een partnerorganisatie af van wat je met je project of programma wil bereiken. Justdiggit werkt in dit geval samen met het Maasai Wilderness Conservation Trust  en het Amboseli Ecosystem Trust. De samenwerking verloopt goed en wordt gekenmerkt door  wederzijds vertrouwen, en vooral een gelijksoortig “DNA”. Voor Justdiggit is het van belang dat de partnerorganisaties net als Justdiggit slagvaardig zijn en geloven in de kracht van het mobiliseren van mensen. In Kenia zijn inmiddels 72.000 bunds gegraven en het projectgebied is na twee jaar prachtig groen. Een gezamenlijke inspanning met een geweldig resultaat.

Before: het graven van de halvemaanvormige kuilen (Foto: Justdiggit)
After: het projectgebied na de eerste regen (Foto: Justdiggit)

Schaalvergroting

Jeffrey Sachs schreef het al, één van de cruciale stappen om het einde van armoede te bespoedigen is schaalvergroting. Hoe doe je dat, de uitkomsten van je project opschalen? Een bekend concept dat ook Justdiggit toepast is ‘train de trainer’. Justdiggit werkt in Tanzania met boeren die de bomen op hun land willen terugbrengen, met een methode die Farmer Managed Natural Regeneration heet. Om dit te doen is het nodig oude bomen te herkennen en de juiste soorten de ruimte te geven om terug te groeien. Samen met partnerorganisatie LEAD traint Justdiggit op termijn 1.296 boeren, die op hun beurt 200.000 huishoudens bereiken. Boeren bezitten gemiddeld 1 hectare grond, waarvan ze op hun land agroforestry toepassen en per hectare ook 0.2 ha aan bos terug laten groeien. Boeren bouwen hierdoor hun eigen voorraad bomen op, waardoor omringende natuur onder minder druk komt te staan door boskap. Het toepassen van agroforestry op de rest van het land zorgt daarnaast voor een gezondere bodem, minder erosie en als eindresultaat een grotere opbrengst van de gewassen. Ook worden de boeren meer klimaatbestendig doordat hun inkomsten meer verspreid zijn, wat armoede tegengaat.

Synergie
Idealiter bereikt een land- en watermanagement of klimaatproject meer dan alleen de directe projectdoelen. Justdiggit heeft zichzelf een ambitieus groter doel gesteld: zij werken aan klimaatadaptatie (aanpassen aan het klimaat) en klimaatmitigatie (voorkomen dat het klimaat verandert). Sterker nog, het idee is zelfs het regionale klimaat ten gunstige terug te veranderen.

Uit meerdere studies blijkt dat de lokale en regionale meteorologie verandert als we bossen kappen. Zoals een recente studie uit Borneo laat zien, zorgt ontbossing voor een verhoging van de oppervlaktetemperatuur en voor een afname van de neerslag. Geen zaken om vrolijk van te worden, omdat dit ook nog eens negatieve feedbacks loops veroorzaakt (minder neerslag => minder vegetatie => slechtere bodem => minder vasthouden van water => minder vegetatie => minder neerslag).

De hypothese is echter dat ook het omgekeerde geldt: als we genoeg land weer vergroenen dan beïnvloeden we het lokale en regionale klimaat positief. Groene gebieden en bossen zorgen voor verdamping. Dit leidt ertoe dat er een grotere kans is op de vorming van wolken, wat kan leiden tot regen. Als dit zo werkt (hier wordt nog onderzoek naar gedaan bij Wageningen UR) dan kan dit positieve feedback opleveren: het vergroenen van een aantal strategisch gekozen stukken land resulteert in meer regenval en dit heeft tot gevolg dat andere gebieden zich ook sneller vergroenen.

Volgens promovendus Eva Kleingeld bij Wageningen UR is er nog weinig onderzoek gedaan naar het effect van grootschalige vergroeningsprojecten (van een grootte van 100-1000 km2) op het (regionale) klimaat. Nieuw onderzoek dat gebruik maakt van analyse van satellietbeelden moet uitwijzen of herbebossing leidt tot een afname in (oppervlakte)temperatuur, een toename in bewolking en wellicht ook in een toename van neerslag. Erg relevant en nuttig onderzoek, zeker nu het IPCC in 2018 alle alarmbellen liet rinkelen wat betreft de klimaatverandering waar we op afstevenen.

Terug naar de projecten in Kenia en Tanzania. Of de vergroeningsprojecten bijdragen aan meer neerslag of een lagere temperatuur is nog een lopende vraag. Tot die tijd leveren de projecten in elk geval meer beschikbaarheid van water in de bodem, meer groen en meer landbouwopbrengsten op. Niet mis!

Deel dit bericht of laat een opmerking achter zodat we ervaringen in internationale samenwerking delen en meer duurzame resultaten boeken!

Volgende keer in de spotlights: BothENDS!

Wil jij met jouw project ook in deze blog? Laat het mij weten!

Ruimtelijke data &… Waterzekerheid

Ruimtelijke data &… Waterzekerheid

Ernstige droogte, Kenia (Foto: Nico Smit)

Het zesde Sustainable Development Goal stelt dat in 2030 iedereen ter wereld toegang moet hebben tot schoon drinkwater. In 2015 gold dit helaas voor 9% van de wereldbevolking (zo’n 663 miljoen mensen) nog niet.1 Hiervan woont het merendeel in Afrika.

De droogte die de hoorn van Afrika trof in 2017, zorgt voor een verergering van deze situatie. Bronnen drogen op en de kwaliteit van het water holt achteruit, waardoor water-overgedragen ziektes zoals cholera zich makkelijker verspreiden. Klimaatverandering zorgt ervoor dat dit soort periodes van droogte heviger zullen zijn en vaker zullen optreden in de toekomst. Een bijkomend negatief effect is dat de bodem door de droogte extra vatbaar is voor landdegradatie, wat er voor zorgt dat áls er regen valt, dit niet effectief infiltreert, maar oppervlakkig afstroomt en erosie veroorzaakt.

Hoe kun je ruimtelijke data gebruiken om de waterzekerheid te verbeteren?

Een eerste stap is het in kaart brengen van de huidige situatie. Wat is de fysieke waterbeschikbaarheid? Oftewel, hoeveel zoet water is er beschikbaar in het oppervlakte- en grondwater? En waar bevinden zich de voorzieningen (waterputten of waterleidingen)?

Het in kaart brengen van de fysieke waterbeschikbaarheid is niet makkelijk, met name het kwantificeren van de hoeveelheid hernieuwbaar grondwater is ingewikkeld. Juist het in kaart brengen van het grondwater is in Afrika van belang, omdat volgens schattingen voor maar liefst 40% van de inwoners van Afrika grondwater de belangrijkste bron van drinkwater is.3 Uit onderzoek (en de praktijk) blijkt echter dat er lang niet overal voldoende grondwater beschikbaar is4. Een ander probleem is dat op veel plekken het grondwater op hele grote diepte zit. Vaak zijn dit soort diepe grondwater aquifers niet geschikt voor duurzaam gebruik, omdat ze niet snel genoeg worden aangevuld3. Nog een volgend probleem dat vooral speelt in de kustgebieden is dat het grondwater te zout is.

Wat betreft de watervoorzieningen zijn er op veel plekken geen waterleidingen aangelegd – sterker nog, maar 63% van de Afrikanen heeft toegang tot leidingwater.2 Vooral in rurale gebieden zijn mensen vaak afhankelijk van lokale grondwaterputten.

Waterput in de Sahara (Foto: Galyna Andrushko)

De waterbeschikbaarheid samen met de mate van bereikbaarheid van voorzieningen kan worden samengevat met de Global Water Security Index5. Deze index geeft een idee hoeveel zoet water er voor de mens toegankelijk is. Als je dit kan combineren met data over welke waterbronnen vervuild zijn, kun je in kaart brengen waar er schoon water beschikbaar is.

Als de hordes zijn genomen om de waterbeschikbaarheid en de voorzieningen in kaart te brengen, levert dit een overzicht van grote waarde. De data kunnen gebruikt worden om te zorgen voor een goede ruimtelijke verdeling van bijvoorbeeld waterputten zodat zoveel mogelijk mensen worden bereikt. Daarnaast is het uiteraard ook van belang om deze waterputten op strategische locaties te plaatsen, zodat het grondwater duurzaam wordt gebruikt, wat wil zeggen dat er onder andere niet meer grondwater wordt onttrokken dan er aangevuld kan worden. Het ruimtelijk overzicht kan ook gebruikt worden om de meest kwetsbare gebieden te identificeren. Vaak wordt hulporganisaties verweten dat ze niet goed genoeg samenwerken – met elkaar en met (regionale) overheden. Het beschikbaar hebben van de juiste data kan ook helpen daar verandering in te brengen. Daarnaast is data essentieel om heldere, meetbare doelen te stellen en vervolgens ook projecten te kunnen monitoren en evalueren.

Hoe komen we aan data?

Ruimtelijke data over waterbeschikbaarheid, voorzieningen en waterkwaliteit zijn dus essentieel. Maar hoe komen we aan die data? Data over de waterbeschikbaarheid kan worden gegenereerd met behulp van satellietbeelden en grondwatermodellen. Zo kan op een relatief grove schaal worden bepaald waar en hoeveel grondwater er is. In situ data over grondwaterdieptes kunnen helpen deze modellen te verbeteren en te valideren, maar dit soort metingen is vaak schaars. Data over voorzieningen is ook nog niet veel voorhanden, maar door mapathons en veldcampagnes zoals van het Humanitarian OpenStreetMap Team komt er steeds meer data beschikbaar. Waardevolle informatie zoals waar waterbronnen zich bevinden en of deze vervuild zijn kan op deze manier steeds beter worden ontsloten. Zie als voorbeeld onderstaande figuur, waarin alle waterputten zijn weergegeven van Somalië, een land waar de droogte dit jaar was uitgeroepen tot nationale ramp.

Wat te doen?

Er zijn dus verschillende redenen te noemen waarom het hebben en gebruiken van ruimtelijke data voor waterzekerheid belangrijk is: het creëert overzicht, wat er toe kan bijdragen dat het (grond)water duurzaam wordt onttrokken. Ook kan het helpen overheden of organisaties helpen bij het selecteren van aandachtsgebieden.

Grondwaterputten in Somalië

In Somalië is zowel de fysieke water beschikbaarheid als de toegang tot water (waterputten/leidingwater) zeer laag. Samen zorgt dit voor een zeer lage Global Water Security Index. Bovenstaande figuur toont alle in kaart gebrachte waterputten in Somalië van openstreetmap. De dichtheid van de in kaart gebrachte waterputten varieert van 0 tot maximaal 0.05 per km2. Op openstreetmap is geen informatie aanwezig over de locaties van waterleidingen (zover ik weet), maar dit zal voornamelijk in de grotere steden zijn. Hoewel bovenstaande data hoogst waarschijnlijk onvolledig zijn, geeft het in elk geval aanknopingspunten voor te ondernemen actie, zoals nagaan of deze putten functioneren en of de waterkwaliteit voldoende is.

Heb je aanvullingen of opmerkingen op deze post? Ik hoor het graag; laat hieronder je comment achter of stuur mij een bericht! Volgende keer: ruimtelijke data & … de gevolgen van extreme buien

1 http://www.un.org/sustainabledevelopment/water-and-sanitation/

2 Afrobarometer Round 6. New data from across Africa. Building on progress: Infrastructure development still a major challenge in Africa

3 http://www.ascleiden.nl/content/webdossiers/water-africa

4 Edmunds, W.K. (2012). Limits to the availability of groundwater in Africa. Environmental Research Letters 7.

5 Gain et al. (2016). Measuring global water security towards sustainable development goals. Environmental Research Letters 11.